Naar de inhoud
Gratis aan de slag
← Alle artikelen

Tennis – je tegenstander analyseren met wedstrijdnotities

8 min. leestijd
Tennis – je tegenstander analyseren met wedstrijdnotities
In dit artikel

In een laddercompetitie of een interne competitie op de club tref je dezelfde tegenstander vaak binnen een paar weken opnieuw. Wat je van de vorige keer overhoudt, is meestal een gevoel – ‘lastige service, sterke forehand, ik kwam er niet doorheen’. Bij het inspelen heb je daar weinig aan. Waar ging die service heen op de deucekant, en wat gebeurde er met je return? Kwam die forehand in elke rally, of alleen als jouw bal kort werd?

Je kunt zulke vragen later beter nalopen als je de omstandigheden, de slagen en de afloop apart noteert, met je eigen uitleg ernaast. Dat is het idee achter een tegenstandersboek – geen oordeel over de tegenstander, maar een waarneming die je kunt terugzoeken en toetsen.

Het invulblad in dit artikel steunt op de praktijkervaring van coaches en spelers, maar is niet in een gecontroleerde proef getest. Geen van de onderzoeken die hieronder ter sprake komen, laat zien dat tennissers meer wedstrijden winnen door notities bij te houden.

Niemand speelt tegen een gemiddelde tegenstander

Scott Over en Peter O’Donoghue van de Internationale Tennisfederatie beschreven in 2010 in de ITF Coaching & Sport Science Review wat coaches over een tegenstander in kaart brengen – de richting van de service, uitgesplitst naar eerste en tweede service en naar deucekant en advantagekant, en hoe vaak een speler in langere punten naar het net komt.

Wat een speler daarin kiest, verschuift volgens hen met de tegenstander, de stand en het toernooi, want een speler speelt nooit tegen een ‘gemiddelde’ tegenstander, op een ‘gemiddelde’ ondergrond, met ‘gemiddelde’ ballen. Het is een coachingsoverzicht van de bond, geen nieuw experimenteel onderzoek. Wie een uitgebreider telblad wil, vindt daar aanknopingspunten; het blad hieronder is er niet van overgenomen.

Hoe zwaar de omstandigheden meewegen, is ook op het hoogste niveau te zien. Yixiong Cui van de Technische Universiteit van Madrid en collega’s, onder wie onderzoekers van de Universidade de Trás-os-Montes e Alto Douro, analyseerden de officiële statistieken van 1.369 enkelspelwedstrijden bij de vrouwen op de vier grandslamtoernooien van 2014 tot en met 2017. In PLOS ONE rapporteerden zij in 2018 dat de service- en returncijfers per toernooi verschilden:

  • meer servicewinners, dubbele fouten, returnwinners en niet-afgedwongen returnfouten op de Australian Open en de US Open
  • betere serviceprestaties op Wimbledon
  • meer breakkansen op Roland Garros

Bijna elke variabele hing bovendien samen met de ‘relatieve kwaliteit’ van de twee speelsters, een maat voor het niveauverschil tussen hen die uit hun ranglijstpositie is afgeleid.

Dat zijn profs op de grootste toernooien; over clubspelers zegt de studie niets. De gevolgtrekking voor je eigen blad is van ons, niet van de auteurs, en ze is bescheiden – noteer ondergrond, omstandigheden en het niveau van je tegenstander, en beschouw een patroon als iets wat daarvan afhangt. Wat op gravel in de wind klopte, hoeft in de hal niet te kloppen.

‘Goede service’ is geen notitie

Machar Reid van de Game Insight Group van Tennis Australia en collega’s werkten met trackinggegevens – de posities van spelers en bal – van 102 mannen en 95 vrouwen op de Australian Open van 2012 tot en met 2014, gespeeld op hardcourt. In het Journal of Sports Sciences beschreven zij in 2016 dat mannen en vrouwen vooral in de servicecijfers uiteenliepen:

  • snelheid
  • aces
  • niet-geretourneerde services
  • het aandeel gewonnen servicepunten

Ook waar en hoe laag de return werd geraakt, verschilde.

Het is een vergelijking tussen de seksen op één toernooi, geen scoutingmethode. Wat je er wel aan hebt, is de gedachte erachter – een service is niet één gegeven maar een reeks eigenschappen, en de return hoort erbij. Schrijf dus op wat de service deed en wat er terugkwam. ‘Goede service’ zegt over drie weken niets meer; ‘tweede service als trage kickservice op mijn backhand, mijn return bleef kort’ wel.

Waar een notitie uit bestaat

Onze aanbeveling is om na elke wedstrijd te noteren wat werkte, wat niet werkte en wat je de volgende keer probeert. Wij denken dat dit in elke racket- of vechtsport de drie belangrijkste dingen zijn om op te schrijven. De eerste twee velden beschrijven de omstandigheden en je tegenstander; daarop zijn je antwoorden gebaseerd.

Omstandigheden en bron. Naam, datum, wedstrijdvorm, ondergrond, buiten of in de hal, wind en zon, uitslag. Zet bij een specifieke waarneming de stand erbij, want wat iemand bij 30–30 doet, blijft bij 40–0 misschien achterwege. Noteer of je tegenstander links- of rechtshandig is en of de backhand eenhandig of tweehandig is. Vermeld ten slotte waar de informatie vandaan komt – je eigen geheugen, video, of iemand die heeft gekeken.

De tegenstander. Eerste en tweede service van de deucekant en van de advantagekant, waar ze heen gingen en wat jouw return opleverde. Daarna het spiegelbeeld – welke van jouw services werden aangevallen en welke kwamen geblokt terug. Dan de rally na de return. Bleef het cross van backhand naar backhand, en wanneer veranderde je tegenstander van richting? Wat kwam er terug op een korte bal van jou? Kwam er een netaanval, en welke slag kreeg jij als je zelf naar voren kwam? Beschrijf de forehand- en backhandzijde vanuit het perspectief van je tegenstander, anders klopt de notitie niet meer als je de baan later van de andere kant bekijkt.

Wat werkte? Returns, services en rallypatronen die je punten of een neutrale rally opleverden, ook als dat maar één keer lukte.

Wat werkte niet? Slagkeuze, uitvoering, voetenwerk of timing – je eigen aandeel, los van wat de tegenstander goed deed. Een gemiste passeerslag op breakpoint bewijst niet dat je tegenstander aan het net niet te passeren is; het laat alleen zien dat die ene poging mislukte.

Wat probeer je de volgende keer? Eén of twee concrete aanpassingen, en per aanpassing bij welke waarneming je ermee stopt. Zonder die laatste regel wordt een aanpassing al snel een overtuiging.

Gebruik je een tekening van de baan, houd dan steeds hetzelfde gezichtspunt aan en geef elke markering een label met slag en situatie. Een stip zonder slag en stand erbij is over een maand een raadsel.

Een verzonnen voorbeeld uit de laddercompetitie

De notitie hieronder is bedacht om de werkwijze te laten zien. Er zit geen echte speler achter, geen registratie in een app en geen onderzoeksgegeven.

Omstandigheden: Bas, rechtshandig, tweehandige backhand. Laddercompetitie, om twee gewonnen sets, gravel buiten, vlagerige wind en laagstaande zon aan de kant van het clubhuis. Verloren met 3–6, 6–7. Dezelfde avond uit mijn hoofd opgeschreven; een clubgenoot heeft de tweede set gezien.

De tegenstander: op de deucekant ging zijn eerste service, voor zover ik het me herinner, meestal wijd naar mijn forehand; de tweede service was een trage kickservice op mijn backhand. Advantagekant niet geteld. In de crossrally van backhand naar backhand ging hij vroeg longline – twee keer een winner, één keer naast. Hij kwam alleen naar het net nadat hij een korte bal op zijn forehand had aangevallen.

Wat werkte: speelde ik zijn tweede service met slice diep door het midden terug, dan begon de rally neutraal. Eén keer heb ik hem aan het net gepasseerd.

Wat werkte niet: twee keer viel ik de tweede service in de tiebreak cross aan; beide keren sloeg ik fout. Eén keer bleef mijn lob te kort. Te gehaast op de return van de tweede service bij 30–30 en bij deuce. Twee dubbele fouten tegen de wind in. Naar het net gegaan achter een slice die bleef hangen.

Volgende keer: tweede services diep door het midden retourneren en tegen de wind in met meer marge serveren. Opnieuw bekijken als zijn tweede service anders is of als we in de hal spelen.

Twee winners longline uit drie pogingen zeggen nog niets over de volgende wedstrijd. Wie ’s avonds uit het hoofd schrijft, weet bij ‘meestal wijd’ eigenlijk al niet hoe vaak; schrijf dan liever ‘een paar keer, aantal onbekend’ dan een getal dat zeker lijkt en dat niet is.

Laat een veld open als je het niet meer weet. Een gat in de notitie is beter dan een rally die je erbij hebt bedacht omdat hij zo goed in het patroon paste. En bewaar de uitzondering – de bal die naast ging hoort er net zo bij als de twee winners.

Twee aanwijzingen voor de eerste games

Lees je pagina terug voordat je gaat inspelen en kies twee korte aanwijzingen die je mee de baan op neemt, bijvoorbeeld ‘return diep door het midden’ en ‘marge tegen de wind in’. Meer mag ook, maar meestal zijn één of twee al genoeg. Te veel aanwijzingen maken het plan ingewikkeld voordat het eerste punt gespeeld is.

Kijk in de eerste games of de oude waarnemingen nog kloppen; je tegenstander kan anders serveren, jij kunt minder scherp staan, en ondergrond, ballen en weer zijn zelden gelijk aan de vorige keer.

Vul na afloop aan wat er van het plan terechtkwam, ook als het mislukte. Doe dat zolang je de punten nog voor je ziet. Is er video, controleer daar dan de belangrijkste herinneringen mee. De onderzoeken in ons artikel over vergeten in de sport geven geen vaste termijn waarna een bepaalde tennisrally uit je geheugen zou zijn verdwenen.

Dezelfde fout tegen verschillende tegenstanders

Lees na een paar wedstrijden alleen het veld ‘Wat werkte niet?’ terug, over alle tegenstanders heen.

  • Komen de dubbele fouten vooral tegen de wind in?
  • Retourneer je alleen bij 30–30 en deuce gehaast, of ook bij 40–0?
  • Blijft je lob pas in de derde set te kort?

Noteer de omstandigheden, zoals wind, vermoeidheid of spanning bij een bepaalde stand, zonder er meteen een oorzaak aan te verbinden; die kun je uit notities niet afleiden. Wat je wél overhoudt, is een concrete vraag voor de training, bijvoorbeeld of je trainer wil meekijken naar je raakpunt op de return van een kickservice.

Tynke T. Toering van de Rijksuniversiteit Groningen en collega’s vergeleken 159 jeugdvoetballers op topniveau met 285 spelers daarbuiten, jongens van 11 tot 17 jaar, aan de hand van vragenlijsten waarin de spelers zichzelf beoordeelden. In het Journal of Sports Sciences van 2009 hing meer zelfgerapporteerde reflectie samen met spelen op het hoogste niveau.

Dat is een observationeel verband, geen oorzaak, en het ging om voetbal, niet om tennis. Wie de bredere literatuur over reflectie en sportprestaties doorleest, komt dezelfde grens tegen.

In OpponentBook krijgt elke tegenstander een eigen pagina, en notities koppel je aan pins op het schema van een tennisbaan voor enkelspel. Het hele boek is gratis.

Notities die je synchroniseert, staan in je eigen cloudopslag; OpponentBook bewaart geen kopie van het boek in de accountdatabase. Start je zelf een AI-functie, dan gaat de inhoud die daarvoor nodig is via een server van OpponentBook naar een externe AI-aanbieder – in de uitleg over de privacy van je notities staat precies wat er dan gebeurt. Met optionele end-to-end-versleuteling (E2EE) kan ook je opslagprovider de versleutelde notities niet lezen; foto’s, video’s en de bestandsmetadata die de opslagprovider kan zien, vallen buiten die versleuteling.

Begin vanavond al, met je laatste enkelspel als materiaal – wat voor jou werkte en wat niet, één waarneming waarvan je niet zeker bent en één of twee aanpassingen die je de volgende keer wilt testen. Meer hoeft er op de eerste pagina niet te staan.

Verder lezen

Houd je eigen boek bij

OpponentBook is voor altijd gratis, in je eigen opslag.

Gratis aan de slag